AC Rijksvakbonden kaderledendag "CAO/Sociaal Flankerend Beleid (SFB)" d.d. 16 september 2011

1. Inleiding

De CAO-onderhandelingen 2011 lijken muurvast te zitten. Hoe verder?
Hierover is met de kaderleden van de AC Rijksvakbonden overlegd om te beslissen hoe we verder het CAO-proces 2011 in willen gaan.

Vanaf februari 2011 hebben de bonden laten weten niet verder te willen onderhandelen over de CAO aangezien het niet lukt om op de 2 belangrijkste punten overeenstemming te bereiken: 1) loonsverhoging en 2) geen gedwongen ontslagen.

Vanaf dat moment proberen we als bonden via acties de werkgever Binnenlandse Zaken (BZK) tot een ander standpunt te dwingen. BZK heeft voorgesteld om de CAO-onderhandelingen te hervatten. Zij zijn bereid om te bewegen op onze eis van geen gedwongen ontslagen. Maar dan dienen wij (bonden) bereid te zijn te bewegen op hun looneis. De vraag is daarom of we de CAO-onderhandelingen moeten hervatten?

Ca. 65 kaderleden werden in 3 groepen uiteengesplitst om te praten over het scenario doorgaan met acties, voorzieningen in het Sociaal Flankerend Beleid, en het scenario ‘doorpraten’ met BZK (hervatting CAO-onderhandelingen). Vervolgens volgde plenair een terugkoppeling van de uitkomsten van deze 3 werkgroepen.



2. Terugkoppeling werkgroepen

AKTIE

1

De actiebereidheid wordt laag ingeschat. Een minderheid ziet echter hier en daar toch mogelijkheden

2

Acties moeten in gezamenlijkheid worden gedaan met de collegabonden Abvakabo, CNV en CMHF.
- macht van het getal
- gezamenlijk betekent ook gezamenlijk (tijdig) voorbereiden
- vermijd “broodnijd” tussen bonden onderling
- acties zorgvuldig en op tijd aankondigen

3

Acties alleen binnen de rijkssector of ook actie met andere overheidssectoren organiseren? Hierover verschillen de meningen van de kaderleden:
- als het onderwerp helder is
- te breed, verwarring (verdeel en heers)
- rijksvakbonden voor rijkscao
- bredere onderwerpen kunnen breder opgepakt worden, losgekoppeld van de CAO-discussie

4

Actievoeren als AC Rijksvakbonden of individueel (NCF, Juvox, VPW, VCPS)?
- als rijksvakbonden
- bij lokale acties kan daarnaast ook de eigen bond worden genoemd (voor herkenbaarheid)

5

Wat voor soort acties?
- maak helder waarvoor we actie voeren
- óns verhaal voor het voetlicht brengen
- ludieke acties? Criterium: als het maar druk uitoefent
- strategie: gecontroleerd ‘boosheid’ opbouwen
- publieks-/klantvriendelijke acties
- positieve acties
- beperking acties door rechtspraak


De eerste drie punten kwamen in alle werkgroepen aan de orde.


DOORPRATEN

Positieve en negatieve effecten bij doorpraten door

3 bonden*

Positieve en negatieve effecten bij doorpraten door

2 bonden*

1

Optie 4 bonden willen doorpraten: geen enkel probleem

2

Optie 3-bonden of 2 bonden willen doorpraten (excl. Abvakabo)

- Snel akkoord

- Weinig draagvlak

- Zwarte pietenspel

- Schade onderlinge (vakbonds)verhoudingen

- Onduidelijkheid richting leden

- Wel uitlegbaar mits goed en vaak uitgelegd

- Onderhandelingspositie richting werkgever

- Doorpraten met het oog op lage actiebereidheid

+

-

-

-

-

+

-

+

++

--

-

-

-

+

-

+

* Let op: De + en – geven géén weging van de belangrijkheid van de onderwerpen

Bij het punt ‘weinig draagvlak’ wordt de kanttekening geplaatst dat bij doorpraten door 2 of 3 bonden het draagvlak wel kan worden vergroot door ook de mening van bijv. niet-leden te peilen.


SOCIAAL FLANKEREND BELEID


1

Lifo

(Last in first out)

Vervanging door afspiegelingsbeginsel.
De argumentatie van de werkgever voor het loslaten van lifo is de huidige oververtegenwoordiging van oudere medewerkers. Bij het hanteren van lifo wordt de verhouding jonge/oude medewerkers nog schever. Daarnaast bewerkstelligt lifo dat nu een bepaalde groep medewerkers niet de urgentie voelt om in beweging te komen, zo stelt BZK.
Onder de kaderleden rijzen verschillende beelden over afschaffing van het lifo-principe. Als je lifo afschaft, komen de effecten met name bij de (laag opgeleide) oudere medewerkers (arbeidsmarktpositie). Hiervoor moeten (werk)voorzieningen worden getroffen.
Afschaffing is voor de werkgever een grote politieke winst. Dit biedt bonden de opening om voorzieningen op te eisen. Denk aan een ‘verkapte’ ouderenregeling waarbij voor medewerkers met langdurige dienstverbanden meer voorzieningen worden geregeld en waarbij die aanspraken kunnen worden gekapitaliseerd.

2

Herplaatsingstermijn

Een gelijke HPK-termijn voor iedereen vervangen door een HPK-termijn gebaseerd op aantal dienstjaren.
Door tijdgebrek is dit verder niet meer met de kaderleden bediscussieerd.

3

Passende functie

Verruiming van het begrip ‘passende functie’. Voorstel om ook functies van 3 schalen lager als passend aan te merken; Verkorting van de salariscompensatie; En de passende functie wordt verruimd van rijkssector naar ook de publieke sector én private sector.
De meningen van de kaderleden lopen hierover uiteen. Er is een verschil of je werk ziet verdwijnen op basis van uitbesteding (waardoor je je functie kan behouden) of een herplaatser die zijn functie verliest doordat de werkzaamheden niet meer bestaan. Ook is er een verschil tussen plaatsing binnen de overheid (ABP-sectoren) -acceptabel voor een meerderheid van de kaderleden- of plaatsing in de marktsector
- minder acceptabel -.

4

Inkomensbehoud

Inzetten op inkomensbehoud. Dit betekent bij overgang (naar bijv. marktsector) pensioenreparatie, meenemen dienstjaren.
Kaderleden vinden het korten van salariscompensatie bij plaatsing op een lagere functie ongewenst. Medewerkers dienen compensatie te behouden totdat bevoegd gezag een functie aanbiedt op het eigen salarisniveau. Indien de medewerker deze functie weigert, dan stopt de salariscompensatie, aldus het merendeel van de kaderleden.
Kaderleden waarschuwen ervoor dat teruggang in schaal bij lagere schalen eerder leidt tot een ongewenste situatie dan bij hogere schalen.

Algemeen bestaat een goed SFB uit de volgende componenten: goede voorzieningen voor oudere medewerkers, non-ontslaggarantie (geen gedwongen ontslag), inkomensbehoud.

Hiervoor zal BZK als voorwaarde stellen -zo wordt verwacht - afschaffing van het lifo. Om het korte termijnprobleem (oplossen boventalligheid) op te lossen zou gekozen kunnen worden voor afschaffing lifo gedurende een bepaalde (beperkte) periode. Dit in combinatie met een geen-gedwongen-ontslaggarantie zodat wordt voorkomen dat ouderen met een slechte positie op de arbeidsmarkt worden ontslagen.

Voor de kaderleden is in ieder geval unaniem de eis van een non-ontslaggarantie keihard.
3. Lagerhuis-debat over 3 stellingen

Aan de kaderleden worden 3 stellingen voorgelegd waarover in de vorm van een Lagerhuisdebat wordt gediscussieerd.

Stelling 1. Het is beter actie te voeren voor een CAO-resultaat dan de onderhandelingen opnieuw op te starten.
Een kleine minderheid is vóór deze stelling. Overgrote meerderheid is van mening dat eerst de CAO-onderhandelingen hervat dienen te worden alvorens tot het ultieme middel van ‘actievoeren’ wordt overgegaan.

Stelling 2. Ik ga akkoord met 2% loonsverhoging en een slecht Sociaal Flankerend Beleid.
Een overgrote meerderheid is tegen deze stelling.
Indien eigen belang (geld) wordt afgezet tegen algemeen belang (werkzekerheid collega’s), prevaleert het algemene belang. Een goed SFB is nodig gezien de door de politiek gewenste krimp in de rijkssector en met het oog op de huidige arbeidsmarktsituatie.
Hetgeen thans geregeld is in het ARAR is niet voldoende om de gewenste mobiliteit te verkrijgen. Zou dit wel zo zijn dan was een goed SFB niet nodig geweest.
Na discussie zijn alle aanwezigen uiteindelijk unaniem tegen deze stelling.

Stelling 3. Ik ga akkoord met 0% loonsverhoging en een goed Sociaal Flankerend Beleid.
Een grote meerderheid is vóór deze stelling. Een kleine minderheid vindt dat de bonden zich op deze wijze laten chanteren door de werkgever (namelijk uitruil van een garantie ‘geen gedwongen ontslag’ tegen 0% salarisverhoging). Verder vinden tegenstanders dat in deze fase van de onderhandelingen veel te veel wordt weggegeven. Gezien de CAO-ontwikkelingen in de marktsector, hebben rijksmedewerkers recht op compensatie van koopkrachtverlies, zo menen zij.

Voorstanders menen dat werknemers bij de overheid moeten erkennen dat de overheid zich in een financieel moeilijke positie bevindt. Rijksmedewerkers dienen een voorbeeldfunctie in te nemen. Ambtenaren die de overheid om loonsverhoging vragen bij het huidige bezuinigingsbeleid van het kabinet, zullen bij het publiek het beeld van de ambtenaar negatief beïnvloeden.

Tegenstemmers menen dat we niet wegens ‘vooroordelen’ over de ambtenaar in de maatschappij in onze schulp dienen te kruipen. Ook ambtenaren worden geconfronteerd met koopkrachtverlies en hebben net zoals werknemers in de marktsector recht op de gemiddelde loonstijging. Zo niet dan moeten we in een volgende CAO-ronde wederom onze achterstandspositie t.o.v. de marktsector in gaan halen. Tegen die tijd zal de overheid –gezien de verwachte krapte op de arbeidsmarkt- voor werving van personeel stevig moeten concurreren met de marktsector. Bij grote salarisverschillen met de marktsector zal dit het aantrekken van rijkspersoneel bemoeilijken. Dit leidt vervolgens weer tot nadelige effecten voor de burger wat betreft het leveren van een kwalitatief goede dienstverlening door de rijksoverheid.

Voorstanders van de stelling wijzen erop dat een tijdelijke achterstandspositie nu, niet betekent dat dit een structurele achterstand inhoudt. Prioriteit nu dient echter te liggen op een goed SFB voor de collega’s die met ontslag bedreigd worden waardoor er goede voorzieningen getroffen kunnen worden voor behoud van werkgelegenheid. De voorstanders zien deze stelling niet als inzet voor de onderhandelingen, maar uiteindelijk wel als acceptabele uitkomst.

Onderhandelaars merken op dat ook bij een nullijn het huidige SFB niet in de huidige vorm zal worden verlengd. Veranderingen zijn te verwachten in het verkorten van de herplaatsingstermijn voor een groot aantal HPK-ers (de HPK-termijn zal worden gekoppeld aan het aantal dienstjaren van een medewerker). Daarnaast zal er een verruiming komen in het ‘plaatsingsbereik’ (dus niet alleen verplaatsing binnen de sector Rijk). De onderhandelaars willen voorts bewerkstelligen dat elementen uit het huidige SFB verankerd worden in het ARAR. Kortom: vast onderdeel zijn van HRM-beleid. ‘Van-werk-naar-werk instrumenten’ moeten niet in een tijdelijk SFB maar in het ARAR. Zodoende is er een structureel HRM-instrumentarium dat medewerkers de mogelijkheid moet kunnen bieden te sturen in hun eigen loopbaan. Daarnaast zou voor het realiseren van de kabinetstaakstelling iets extra’s via het SFB moeten worden geboden.

Vanuit de kaderleden wordt nog gerefereerd naar de conclusies uit het rapport De Grote Uittocht. In dit rapport wordt gesteld dat er in 5 jaar tijd een natuurlijke uitstroom zal zijn die groter is dan de nu opgelegde krimp. Gezien de verwachte krappe arbeidsmarktsituatie vanaf 2015 zal er een arbeidsfrictie ontstaan. Het is dan weinig opportuun om nu medewerkers gedwongen te ontslaan (korte termijn oplossing en vervolgens een lange termijn probleem).

Echter, het kabinet heeft aangegeven dat schuiven met de fasering van de taakstelling onmogelijk is omdat deze (politiek) vast ligt.


4. Algemene conclusie kaderdag

Meerderheid kaderleden is vóór het hervatten van het CAO-overleg. Belang zit met name in een goed Sociaal Flankerend Beleid. Indien de werkgever bereid is om een goed Sociaal Flankerend Beleid af te spreken inclusief de garantie dat niemand gedwongen ontslagen wordt, dan is het AC bereid om de looneis te verlagen.

5. Hoe nu verder?

De input van deze dag zal worden gebruikt om een poll te maken voor alle leden van de AC rijksvakbonden. Zodoende is op te maken of ook onze leden de prioriteit leggen bij een goed Sociaal Flankerend Beleid in plaats van loonsverhoging. Streven is deze poll volgende week op de site van de rijksvakbonden te plaatsen.