Arjan van der Stelt
Joop Hupkes

Zo lang mogelijk met plezier aan het werk blijven en een ambtelijke rechtspositie die ter discussie staat; twee onderwerpen van uitersten, om het maar bescheiden uit te drukken. Het is reden genoeg om deze ontwikkelingen samen met de VPW, JUVOX en VCPS tijdens een kaderbijeenkomst te Niftrik, 7 oktober jongstleden, te bespreken. Net als de NCF, zijn deze bonden bij het ambtenarencentrum aangesloten.


Adieu Ambtenaren?

Als het aan sommige politici zou liggen kunnen we op zijn minst van de ambtelijke rechtspositie gaan afscheid nemen, want op dit moment is een wetsvoorstel in behandeling dat tot doel heeft de rechtspositie van ambtenaren in overeenstemming te brengen met de positie van ‘gewone’ werknemers.

Dit wetsvoorstel is ingediend door de tweede kamerleden Fatma Koşer Kaya (D66) en Eddy van Hijum (CDA). James Helmer van advocatenkantoor Dijksgraaf behandelde de juridische gevolgen van dit wetsvoorstel én het wetsvoorstel (ingediend door Koşer Kaya) dat het ontslagrecht wil versoepelen. Onze Marianne Wendt geeft aan hoe de bonden er in staan. Allereerst is de discussie over de ambtelijke rechtspositie vrijwel net zo oud als de ambtenarenwet zelf. Het verschil is dat het nu om een initiatiefwetsvoorstel gaat en dat is nog niet eerder gebeurd. Vanzelfsprekend hebben de bonden de kamercommissie geadviseerd. De mensen om wie het gaat willen deze veranderingen niet. Zij vragen zich af waar het maatschappelijke probleem ligt die deze wetgeving noodzakelijk maakt. Verder is het omzetten van de huidige regels naar die van het burgerlijk recht een zeer kostbare operatie – die zijn berekend op 245 miljoen euro en dit wordt, misschien, over 23 jaar terugverdiend. Waarom moeten we daar tijd in steken terwijl er belangrijkere zaken liggen, zoals de bezuinigingsoperatie en de grote personele uittocht over vijf à zes jaar? Dat kost al tijd en energie genoeg. Verder lijkt de marktideologie in dit wetsvoorstel de boventoon te voeren. Het idee van de burger als klant. Waarom? Er is maar een overheid; er valt niets te kiezen. Daar komt bij; de overheid kan niet failliet gaan – ze kan hooguit haar taken niet goed doen. De bescherming van de ambtenaar tegen politieke willekeur blijft bovendien een belangrijk gegeven. Toegegeven; dit argument is oud, maar actueel. Zeker nu!


Active Aging en vitaliteit
Na de lunchpauze verzorgde Mevrouw prof. dr. Tinka van Vuuren – zij werd op 16 september 2011 benoemd tot hoogleraar Strategic Human Resource Management bij de Open Universiteit te Heerlen – een presentatie ‘active aging en vitaliteit’. Vergrijzing van de bevolking, een toenemend tekort aan arbeidskrachten en de betaalbaarheid van het pensioenstelsel vragen om een actief beleid. Het is in die zin ook begrijpelijk dat het kabinet mensen wil stimuleren om zo lang mogelijk aan het werk te blijven. Aandacht voor vitaliteitmanagement – welke stappen onderneem ik als werkgever om de werknemers te stimuleren langer door te werken? – is daarbij van essentieel belang. Het aanbieden van interessant werk, waarbij een beroep wordt gedaan op kennis en ervaring waardoor het personeel plezier behoudt in het werk, zijn, naast aandacht voor het fysieke- en psychische arbeidsvermogen, belangrijke sturingselementen. Dat is natuurlijk mooi gezegd, maar hoe geef je daar op een goede manier invulling aan? Dat blijkt in de praktijk toch niet zo eenvoudig te zijn. Leidinggevende en werknemer zullen samen het evenwicht tussen belasting en belastbaarheid van de werknemer moeten vinden. Oftewel, ze zullen uitvoering moeten geven aan een leeftijdsbewust personeelsbeleid. Maar wat is een leeftijdsbewust personeelsbeleid? Welke instrumenten zijn daarvoor nodig? Daarover werd in een aantal subgroepen gediscussieerd. Bij de terugkoppeling bleek dat de volgende punten hoog scoren als instrumenten in het kader van een leeftijds-bewust personeelsbeleid:

  • het zoeken naar een goede balans tussen werk en privé;
  • aandacht voor de kwaliteit en deskundigheid van het management;
  • ook de oudere werknemer moet de mogelijkheid worden geboden deel te nemen aan opleidingen;
  • het handhaven van de pas-regeling (liever nog de mogelijkheid van twee pas-dagen);
  • het laten blijken dat ook de oudere medewerker wordt gewaardeerd;
  • het aanbieden van werk waar de werknemer zich in kan vinden;
  • het creëren van duo-functies (twee medewerkers werken bijvoorbeeld ieder twintig uur).

Meer informatie over beide onderwerpen is te vinden op: www.loyalis.nl, www.OU.nl (promoties – oraties /oraties), www.ncf.nl en www.rijksvakbonden.nl.

SfeerimpressieSfeerimpressieSfeerimpressieSfeerimpressieSfeerimpressieSfeerimpressieSfeerimpressieSfeerimpressie