CAO Rijk: kabinet houdt vast aan nullijn voor ambtenaren

De afgelopen week is er het nodige te doen geweest rond de CAO Rijk. Door berichtgeving van de bonden ontstond tijdelijk het misverstand dat minister Donner een loonbod heeft gedaan. Nu dat misverstand uit de wereld is – voor het kabinet is en blijft de tweejarige nullijn uitgangspunt – lijken de onderhandelingen definitief vast te lopen. In dat geval komt er vooralsnog geen nieuw Sociaal flankerend Beleid (SFB) zodat bij reorganisaties vanaf 2012 moet worden teruggevallen op het ARAR.

DGOBR zal, indien de onderhandelingen daadwerkelijk vastlopen, een circulaire uitbrengen waarin wordt toegelicht wat de consequenties zijn bij reorganisaties. Tevens is de kans groot dat de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden – onderdeel van het programma Compacte Rijksdienst – vooralsnog niet gerealiseerd wordt als de onderhandelingen vastlopen.

Loon
Een tweejarige nullijn is redelijk in een tijd waarin moeilijke keuzes gemaakt moeten, worden om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen en tekorten terug te dringen. Van ambtenaren wordt daartoe via de nullijn een bijdrage gevraagd. De rijkambtenaren hebben bovendien in 2010 nog een loonsverhoging van 3% gehad, veel meer – 2% meer – dan het gemiddelde voor dat jaar.

Sociaal Flankerend Beleid
De werkgeversvoorstellen zijn gericht op een actiever en meer op uitstroom buiten het Rijk gericht nieuw Sociaal Flankerend Beleid (SFB). Daarvoor zijn drie zaken nodig:

1) Het huidige 'last in, first out' bij het vaststellen van overtolligheid moet worden vervangen door een systeem van afspiegeling, waarbij overtolligheid per leeftijdscohort wordt vastgesteld. Hiermee wordt voorkomen dat het juist de jongeren zijn die moeten vertrekken. De jongeren zijn hard nodig gezien de enorme vergrijzing bij het Rijk: slecht 8% van het personeel is jonger dan dertig jaar.

2) Bij het zoeken naar vervangende arbeid voor overtollige ambtenaren moet niet – zoals nu het geval is - tijdens de herplaatsingsperiode alleen binnen het Rijk worden gekeken maar ook buiten de overheid, in de marktsector. Dit is nodig omdat er binnen het Rijk niet voldoende vervangende arbeid is die geschikt is voor de overtollige ambtenaren (kwalitatieve mismatch). Met deze aanpassing zou het tevens mogelijk zijn een werkgarantie af te geven.

3) De huidige herplaatsingstermijn is veel te lang: standaard 18 maanden en tot eind van dit jaar tijdelijk zelfs 30 maanden. Deze zeer lange termijn activeert niet tot het snel zoeken van ander werk.

Als het huidige SFB afloopt blijft zonder aanpassing van het ARAR 'last in, first out' de standaard, mogen herplaatsingskandidaten tijdens hun herplaatsingsperiode vervangende arbeid buiten de sector Rijk afwijzen en wordt de herplaatsingstermijn – voor nieuwe herplaatsingskandidaten – weer 18 maanden.

Harmonisatie arbeidsvoorwaarden
Voor de harmonisatie van secundaire arbeidsvoorwaarden waren bij de CAO-inzet voorstellen gedaan voor de onderwerpen representatiekostenvergoeding, bedrijfshulpverlening, studiefaciliteiten, berekeningswijze ambtsjubilea en verlofaanspraken, evenals het uit de rechtspositie halen van tal van mogelijkheden voor departementen om zelf nadere regels te stellen.

In de uitvoering is het immers niet efficient dat ieder ministerie de secundaire arbeidsvoorwaarden voor zich regelt. Ook zijn de verschillen hinderlijk bij overgang van personeel, zoals wederom gebleken bij de departementale herindeling en bij het vormen van samenwerkingsverbanden voor ondersteunende diensten. In geval de CAO-onderhandelingen vastlopen kan voor de departementen die te maken hebben gehad met de herindeling niet gewacht worden met de harmonisatie. Vanuit het project “Eén (administratieve) werkgever Rijk” van het programma Compacte Rijksdienst wordt bezien in hoeverre het mogelijk is om voor deze ministeries een dubbelslag in harmonisatie te voorkomen.