De circulaire van de gezamenlijke bonden over het aflopen van het Sociaal Flankerend Beleid hebben jullie in november 2011 ontvangen. Deze circulaire is ook besproken tijdens de bijeenkomst van 29 november jl. met de medezeggenschap.
Op deze dag kwam het verzoek om een Belastingdienstspecifieke toelichting. Daarnaast kwam het verzoek om een centraal meldpunt voor vragen in te richten.
Dit hebben we opgepikt als gezamenlijke bonden.

Samenwerking bonden en OR nodig bij reorganisaties: medewerkers mogen niet de dupe worden

Toelichting voor de medezeggenschap: reorganisaties zonder sociaal flankerend beleid.

 

 

Waarom is er nog geen nieuw Sociaal Flankerend Beleid?

De huidige CAO liep 1 januari 2011 af. Nog steeds lukt het niet om een nieuwe CAO af te spreken. Per 1 januari 2012 liep ook het Sociaal Flankerend Beleid (SFB) af. Terwijl de hele Rijksoverheid aan het veranderen is om de bezuinigingen te realiseren, lukt het tot nog toe niet om nieuwe afspraken te maken over hoe de negatieve gevolgen daarvan voor de medewerkers opgevangen moeten worden. De reden is dat BZK alleen met de bonden een SFB wil afspreken indien de bonden voor meerdere jaren geen salarisverhoging te accepteren. 

Dat betekent dat er nu geen aanvullende maatregelen meer zijn als medewerkers betrokken zijn bij organisatiewijzigingen. Voor hen geldt alleen de reguliere rechtspositie.Volgens Binnenlandse Zaken (BZK) is dit voldoende. De bonden bestrijden dit. Het ARAR/RPVB beschrijft voornamelijk kan-bepalingen waarover tussen werkgever en bonden collectieve afspraken moeten worden gemaakt. Het is niet de wens van de bonden om iedere reorganisatie te beoordelen. Bonden hadden liever gezien dat het SFB verlengd zou worden.

De huidige rechtspositie is aanmerkelijk slechter dan het SFB. Medewerkers krijgen simpelweg minder rechten en worden minder gecompenseerd. Daarnaast is de huidige rechtspositie onvoldoende om de vrijwillige mobiliteit te bevorderen. Hierdoor verlaten uiteindelijk te weinig medewerkers de Rijksdienst.

Oftewel medewerkers die nu te maken krijgen met reorganisaties zijn de dupe. Na zich jarenlang ingezet te hebben voor de Belastingdienst, krijgen ze nu te horen dat ze niet meer nodig zijn en met minimale middelen moeten ze zorgen dat ze een andere werkplek vinden. Om dat te voorkomen willen de bonden met de medezeggenschap samenwerken. 

Kader
Daarom hebben de gezamenlijke bonden in de sector Rijk in november 2011 een circulaire gestuurd aan de medezeggenschap over het aflopen van het SFB. De strekking van de circulaire is dat meewerken aan reorganisaties pas gebeurt als er goede afspraken met de bonden zijn gemaakt over de personele gevolgen. Op 29 november 2011 hebben de bonden een bijeenkomst voor de medezeggenschap georganiseerd waar deze circulaire is toegelicht. In workshops per departement konden vragen gesteld worden.
 

Welke reorganisaties zijn te verwachten bij de Belastingdienst?

In het Middellange Termijn Plan (MLTP) van de Belastingdienst wordt ervan uitgegaan dat het werk met minder mensen gedaan moet worden. Het zou om duizenden fte’s minder personeel gaan. Dit wordt verder uitgewerkt in Strategische Personeelsplannen (SPP’s) voor de afzonderlijke dienstonderdelen en voor de Belastingdienst als geheel. In deze SPP’s kun je lezen wat de personele gevolgen van organisatieveranderingen zijn. In het SPP van de Belastingdienst als geheel wordt aangegeven waar boventalligheid is te verwachten. Met name B en C werk vermindert. Ook verschilt de situatie per dienstonderdeel. Bij de Belastingregio’s is sprake van een forse boventalligheid, bij Toeslagen en Belastingtelefoon is nog steeds sprake van ondertalligheid. Ook de invoering van LEAN gaat zijn beslag krijgen bij de Belastingdienst. Hiervoor wordt nu een plan van aanpak opgesteld en dat wordt besproken met de COR. Als hieruit blijkt dat er personele consequenties zijn is er sprake van een reorganisatie. Hierbij maakt het niet uit of de personele consequenties een onvoorzien of voorzien gevolg zijn van de invoering van LEAN. In beide gevallen is er sprake van een reorganisatie. Bij de douane gaan in het kader van de bezuinigingstaakstelling ook veel (ondersteunende) banen verdwijnen. Daarnaast spelen de Compacte Rijksdienst en de behoefte aan centralisatie (naar bijv. Shared Service Centers) een rol. Verder wordt in het SPP ook geanticipeerd op sluiting en verplaatsing van kantoren en de personele consequenties die dit met zich meebrengt.

De SPP’s geven de komende organisatieveranderingen en de daarbij behorende globale  personele consequenties aan. Dit is een belangrijke indicatie voor (toekomstige) reorganisaties. Op basis hiervan kun je ook informeren naar voorgenomen reorganisaties. Het SPP is niet voldoende als adviesaanvraag omdat het geen inzicht biedt in individuele personele gevolgen.
 

Hoe te handelen bij een reorganisatie?

De bonden willen graag een rijksbreed Sociaal Flankerend Beleid. Het voordeel daarvan is dat alle medewerkers binnen de rijkssector recht hebben op dezelfde compensatie en voorzieningen als zij nadeel ondervinden van een organisatiewijziging. Daarbij staan hier stimulerende maatregelen in om de vrijwillige mobiliteit voor grote groepen ambtenaren te bevorderen. En deze hebben we nodig om gedwongen ontslagen te voorkomen.

Als het niet lukt om een nieuw rijksbreed SFB met BZK af te spreken, proberen de bonden om het huidige SFB per departement te verlengen. Op dit moment is het zo dat er geen rijksbreed SFB is en dat het ministerie van Financiën of de Belastingdienst niet bereid is het ‘oude’ SFB (dat liep tot 1 januari 2012) te verlengen. Dat houdt in dat per voornemen tot organisatiewijziging met de bonden overeenstemming bereikt moeten worden over de noodzakelijke sociale maatregelen (het sociaal plan). De klassieke vorm van reorganiseren zal dus weer van stal moeten worden gehaald. De bonden willen een overzicht krijgen van lopende of aanstaande reorganisaties/organisatieveranderingen om te toetsen of er sprake is van gevolgen in de rechtspositie van medewerkers.

Vanuit het RPVB blijft wel de afspraak staan om geen herplaatsingskandidaten aan te wijzen (hoofdstuk 3, 1.14.5.1). Dit staat los van het al dan niet aanwezig zijn van een SFB. Dit is een belangrijke afspraak omdat zonder herplaatsingskandidaten geen reorganisatieontslag gegeven kan worden. Er kan dus niemand ontslagen worden als gevolg van een organisatieverandering!

Op basis van het RPVB en het ARAR is de dienstleiding verplicht om overleg te voeren met de bonden in het Georganiseerd Overleg Belastingdienst (GOBD) over belangrijke reorganisaties en overeenstemming te bereiken over de sociale maatregelen die noodzakelijk zijn voor de voorgestelde organisatiewijziging.
Bovendien moet de OR in de gelegenheid worden gesteld om een advies uit te kunnen brengen waarin aandacht kan worden besteed aan zowel de reorganisatie als zodanig als de gevolgen daarvan voor de betrokken medewerkers en de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen (RPVB, hoofdstuk 19, 1.1.5). 

Dat betekent dat de OR een volledige adviesaanvraag moet krijgen met duidelijke en volledige informatie over de maatregelen die genomen zijn om de gevolgen van de reorganisatie voor de betrokken medewerkers te verzachten. Dit is het sociaal plan dat moet zijn voorgelegd aan en overeengekomen in het GOBD. Zonder een duidelijk sociaal plan dat is afgesproken met de bonden is de adviesaanvraag niet compleet. Afhankelijk van de situatie is het dan van belang om extra informatie te vragen of negatief te adviseren (zie de bijlage).
 

Waar vind ik meer informatie?

We hebben ook een meest gestelde vragen/antwoorden rondom reorganisaties zonder SFB opgesteld. Hier wordt  uitgebreid ingegaan op hoe je omgaat met een adviesaanvraag.

Daarnaast kun je meer informatie krijgen via het GOBD-meldpunt (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.). Ook kun je bij het meldpunt ondersteuning een advies van de bonden krijgen bij vragen rondom (specifieke) reorganisaties. Je kunt de eerdergenoemde circulaire van de gezamenlijke bonden (van november 2011) over het aflopen van het SFB bij het meldpunt opvragen. Natuurlijk kun je ook altijd contact opnemen met de NCF voor meer informatie (email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

 

BIJLAGE

Meest gestelde vragen/antwoorden rondom reorganisaties zonder SFB 

 

1.Waarom is het van belang om als bonden en medezeggenschap samen te werken?

Het is belangrijk omdat we de medewerker niet de dupe willen laten zijn bij reorganisaties. Na – vaak jarenlange - inzet voor de Belastingdienst, accepteren we niet dat hij of zij zo aan de kant wordt gezet. Door samen te werken kunnen bonden en medezeggenschap ervoor zorgen dat er een goed sociaal plan komt. Op die manier worden de negatieve gevolgen voor de medewerker zo goed mogelijk gecompenseerd en wordt hij of zij geholpen om een nieuwe werkplek te vinden.
Overigens is het bevorderen van mobiliteit ook in het belang van de Belastingdienst. 

2.Wanneer spreek je van een reorganisatie?

Een definitie van een reorganisatie staat in artikel 49b van het ARAR. Hierin staat: “Iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een ministerie of een onderdeel daarvan, waaraan personele consequenties verbonden zijn.” Elke organisatiewijziging, die gevolgen heeft voor het personeel is dus een reorganisatie. Het gaat er hierbij niet om hoe de bestuurder de organisatieverandering noemt (‘een kleine aanpassing’) maar wat er in werkelijkheid gebeurt. 

3.Hoe ga je als OR om met een adviesaanvraag met betrekking tot een reorganisatie?

•Wie behandelt de adviesaanvraag?

De adviesaanvraag voor een reorganisatie wordt behandeld door de OR van het betreffende dienstonderdeel. De COR of TGOR behandelt een adviesaanvraag als die gericht is op het gemeenschappelijk belang voor alle of een meerderheid van de onderdelen waarvoor de COR/TGOR is ingesteld. Let op: het SPP biedt inzicht in de globale personele gevolgen, maar niet in de individuele gevolgen. Een SPP zal daarom als adviesaanvraag niet voldoende zijn. Het is daarom zaak dat de COR en/of de TGOR niet akkoord gaan met een adviesaanvraag die alleen uit het SPP bestaat.  Het feit dat inzicht gegeven moet worden in de individuele personele gevolgen dwingt de bestuurder om de organisatieveranderingen uit het SPP verder te concretiseren. Door deze concretisering zullen adviesaanvragen waarschijnlijk nu eerder bij de OR terecht komen.

•Wanneer is er sprake van een negatief advies?

De bonden roepen alle ondernemingsraden op om een negatief advies uit te brengen over een organisatiewijziging, als er alleen maar wordt verwezen naar het ARAR (de huidige rechtspositie) voor het opvangen van de personele consequenties. 

De onderbouwing van dit negatieve advies is dat de huidige rechtspositie volstrekt onvoldoende is. Het ARAR kent veel maatregelen als kan-bepaling. Dat betekent dat een medewerker die benadeeld wordt door een organisatiewijziging afhankelijk is van zijn of haar leidinggevende of en in welke mate dit gecompenseerd wordt. Hierdoor ontstaan in de praktijk individuele verschillen bij vergelijkbare situaties.

Het advies kan worden opgesteld in de vorm van ‘nee, tenzij’. Dan geeft de OR aan dat ze negatief adviseert, tenzij er een sociaal plan wordt overeengekomen met de bonden.

•Wanneer is er sprake van een verzoek tot aanvullende informatie?

Als er in de adviesaanvraag zinnen staan van de volgende strekking:

de rechtspositionele gevolgen en sociale gevolgen worden binnenkort ondervangen met een sociaal plan/aanvullende maatregelen;
op dit moment is nog onbekend hoe het SFB/sociaal plan eruit gaat zien.

dan is de adviesaanvraag onvolledig. De adviesaanvraag kan dan worden teruggestuurd met het verzoek om aanvullende informatie over de aanvullende maatregelen om de rechtspositionele en sociale gevolgen op te vangen voor de medewerkers betrokken bij de reorganisatie. Zonder deze informatie is de adviesaanvraag niet compleet en kan de adviesaanvraag niet beoordeeld worden.

•Hoe kun je omgaan met een mogelijke reactie van de bestuurder?

Het is mogelijk dat de bestuurder graag snel wil reorganiseren vanwege organisatiebelangen. De klassieke manier van reorganiseren kost meer tijd omdat er per keer een sociaal plan moet worden afgesproken. Dit kan echter de medezeggenschap en/of de bonden niet verweten worden, want zij willen graag een nieuw SFB. Mocht de bestuurder dus een opmerking maken dat de OR of de bonden zo het proces vertragen, dan kun je aangeven dat de vertraging komt doordat het ministerie van BZK tot nog toe geen algemeen SFB wil afspreken. Je kunt vragen of de bestuurder deze reactie wil doorgeven aan het ministerie van BZK zodat er beweging in de zaak komt.

•Waar kun je terecht voor ondersteuning, advies en informatie?

De bonden adviseren om bij reorganisaties en organisatiewijzigingen contact op te nemen met de bonden in het Georganiseerd Overleg Belastingdienst (GOBD). Hiervoor is een speciaal meldpunt in het leven geroepen.

Bij het GOBD-meldpunt kun je voorgenomen reorganisaties melden, advies vragen en ondersteuning krijgen van de bonden. Op deze manier werken bonden en medezeggenschap samen om te komen tot een zo goed mogelijk resultaat voor de medewerkers. Binnen een week krijg je reactie op je melding van organisatiewijzigingen en reorganisaties, waarin wordt aangegeven hoe de bonden de melding in behandeling nemen.

Het e-mailadres van het meldpunt is: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

4.Hoeveel tijd kost de medezeggenschap deze nieuwe werkwijze?

In feite kost het de medezeggenschap vrijwel geen extra tijd. De adviesaanvraag wordt net zoals anders doorgenomen en als er (nog) geen sociaal plan is overeengekomen met de bonden in het GOBD, dan wordt om aanvullende informatie gevraagd of een negatief advies gegeven. Dan moeten de bonden aan de slag om tot een sociaal plan te komen. Het extra werk moet dus door de bonden worden gedaan.

5.Wat doe je bij lopende reorganisaties?

Als er individuele toezeggingen op schrift  staan, dan lopen die toezeggingen uit het SFB door. In alle andere gevallen is er na 1 januari 2012 geen sprake meer van het SFB.